Geschiedenis van de vesting Naarden

Vesting Naarden


De vesting Naarden, sleutel van Holland

De vesting Naarden vormde het noordelijkste deel van de Hollandse Waterlinie. Dit was een aaneengesloten reeks van militaire versterkingen en omder water te zetten polders, lopend vanaf de grote rivieren tot Muiden en Naarden aan de (toenmalige) Zuiderzee. De vesting ligt op een strategisch punt. De weg vanuit het oosten naar Holland en Amsterdam liep hier over een smalle strook begaanbare grond tussen de Zuiderzee en de uitgestrekte veenmoerassen van de Vecht waarvan het Naardermeer een restant is. Een vijand die uit het oosten naar de Amsterdam wilde oprukken kon dus niet om de vesting heen. Eeuwenlang heeft de vesting Naarden daarom een belangrijke militaire functie gehad.

Het oude Naarden lag enige kilometers ten noordoosten van de huidige vesting op een plek die door het water van de Zuiderzee werd opgeslokt. In 1350 werd dit Naarden verwoest tijdens de Hollands-Utrechtse burgeroorlog die bekend staat als de Hoekse en Kabeljouwse twisten. De Hollandse graaf liet Naarden landinwaarts herbouwen, waar het veiliger lag voor de oprukkende zee. Hierna ontwikkelde Naarden zich tot de hoofdstad van het Gooi, een welvarend stadje met een bloeiende lakenindustrie en een kleine haven aan zee. Dit middeleeuwse Naarden had een heel ander karakter dan de huidige vesting omdat het militaire aspect veel geringer was. Het was niet meer dan een versterkt stadje dat net als andere middeleeuwse steden was voorzien van stadsmuren en een gracht.

Dat veranderde na 1572, toen Naarden werd ingenomen door troepen van de toenmalige landsheer Philips II. De soldaten moesten de opstandige Nederlandse gewesten weer in het gareel brengen. Hun missie mislukte. De opstand zou leiden tot de Nederlandse zelfstandigheid maar Naarden betaalde voor die vrijheid een zware tol. De stad werd geplunderd en platgebrand, de bevolking uitgemoord en de stadsmuren werden neergehaald. Bij de herbouw in de daarop volgende periode werd het militaire element versterkt. Het door de vestingwerken ingesloten stadje bleef in oppervlakte vrijwel gelijk, maar de omringende verdedigingswerken werden uitgebreid. Aan de noordkant werd een deel van de middeleeuwse gracht binnen de muren gebracht en als haven ingericht. Op de plaats van de middeleeuwse versterkte stad met zijn afgeronde muren ontstond een hoekig versterkt vestingstadje met rechtgetrokken muren en moderne hoekige bastions die de oude ronde bolwerken vervingen. Maar ook de 16e-eeuwse versterkingen waren nog beduidend kleiner dan die van nu. Dat veranderde in de 17e eeuw.

In 1672 was de Nederlandse Republiek in oorlog met Frankrijk. De vestingwerken waren in die tijd sterk verwaarloosd en Naarden werd zonder tegenstand door de Franse troepen ingenomen. Na het verdrijven van de Fransen werd de vesting andermaal vernieuwd en vergroot. Stadhouder Willem III was de drijvende kracht achter dit werk, dat werd geleid door de Amsterdamse architect Adriaan Dortsman. Bij de bouw zijn twee fasen te onderscheiden. De werken uit de eerste fase (1673-'78) zijn mogelijk onbtworpen door de militaire ingenieur Maximiliaan d'Yvoy. In de moderner vestingbouwstijl van de tweede fase (1679-'85) is de invloed merkbaar van Paul Storff, een in Frankrijk geboren vestingbouwkundige die door Willem III in 1678 naar Nederland was gehaald.

Vervolg: De bouw van het Zeefront: Bastions Oud Molen, Katten en Oranje.


Naar begin